Kameleons in Koeweit

Door: Arabicom | Geplaatst op: 23 September 2015

De Libanezen zijn de brug tussen oost en west. Zij spreken Engels, Arabisch en vaak ook Frans. Zij hebben westerse en Koeweiti-vrienden, ze trouwen soms zelfs met Koeweiti’s. Liberale Koeweiti’s dan, want de gemiddelde Libanese vrouw heeft niet veel op met conservatieve dresscodes. Hoge hakken en zonnebaden, zo mogelijk tegelijkertijd, zijn meer haar stijl.

Geschreven door Judith Spiegel in OneWorld

Libanezen vormen een hechte en herkenbare groep. De mannen dragen een spijkerbroek en een overhemd uit de broek, meestal wit of lichtblauw. De vrouwen zijn altijd picobello opgemaakt en gekapt. Precies zoals in Beiroet, waar ze dan ook het liefst elk weekend heen vliegen. Het verklaart de donderdagavondchaos op het vliegveld. Voor een deel althans, het andere deel heeft te maken met matig organisatietalent van de Koeweiti’s.

Overal camera’s
De Libanezen werken hier vaak bij banken of verzekeraars, zijn goed opgeleid, hebben een luxe wagen en een nanny. Die laatste vertrouwen ze niet helemaal. Charbel bijvoorbeeld, kent iemand die zijn nanny had betrapt op tongzoenen met een zeven maanden oude baby. Dus nu heeft hij overal in huis camera’s hangen, verbonden met zijn mobiel. De privacy van de nanny kan hem niet veel schelen.

Iemand had zijn nanny betrapt op tongzoenen met de baby

Wat hem wel kan schelen is de toestand in de regio. Vandaar dat hij sinds kort met zijn kinderen naar de kerk gaat. Naar de Holy Family-kathedraal in Koeweit-Stad, een fors katholiek bouwwerk. Dat doet Charbel niet zozeer uit gelovigheid, maar omdat hij sterk het gevoel heeft dat hij als christen onder de voet dreigt te worden gelopen. Niet zozeer in Koeweit, maar in eigen land.

Katholieke inhaalslag
Eigenlijk ziet deze Charbel definitieve terugkeer naar Libanon niet meer zo zitten. Land aan de rand van zijn christelijke dorp is de laatste tijd opgekocht door Hezbollah-aanhangers en die hebben de luidsprekers van de moskee in hun dorp nu richting zijn dorp gedraaid. Hij wordt er extremistisch van, vertelt hij. Vandaar dat hij bezig is met een inhaalslag op katholiek gebied.

Het probleem is ook, vindt hij, dat alle anderen statelijke steun hebben. De shi’ieten hebben Iran, de joden Israël, de soennieten de Golfstaten, maar hij en zijn mede-christenen in de regio hebben geen land dat voor hun in de bres wil springen, de down side van secularisme. En aan de paus heb je ook niks.

Extreem gastvrij
Over paus gesproken, culinair gezien is de aanwezigheid van de Libanezen in Koeweit een zegen. Zo ongeveer een op de twee restaurants is Libanees, en dat vind ik persoonlijk heel goed. Dat vinden de Libanezen zelf ook, want het mogen nog zulke wereldburgers zijn (er wonen tenminste twee keer zoveel Libanezen in de diaspora als in Libanon), er gaat niks boven hun eigen voedsel.

De plastische chirurgen van Libanon zijn veel beter dan die slagers in Koeweit

Eten met Libanezen is inderdaad altijd een feest. Ze zijn trots op hun keuken en extreem gastvrij. Alles wat op de kaart staat, wordt besteld, soms twee keer, voor de zekerheid. Als je thuis bij ze eet, staat de hele kamer vol eten. Een maaltijd met of bij Libanezen is altijd goed nieuws. Als je geen verstokte calvinist bent dan, die zich de hele avond zit af te vragen wat er met het overgebleven voedsel gebeurt. Hen raad ik de borrels op de Nederlandse ambassade aan.

Minuscule bikini’s
Koeweiti’s houden trouwens ook van Libanees eten, en van Beiroet. Wie het zich kan veroorloven heeft er een superdeluxe appartement, en Koeweiti-vrouwen zijn – eenmaal daar – niet van de Libanese vrouwen te onderscheiden; de bikini’s zijn net zo minuscuul. Ook heel populair: de plastische chirurgen van Libanon. Veel beter dan die slagers in Koeweit, vertellen de vrouwen me.

De Libanezen passen zich intussen moeiteloos aan. Ze begrijpen zowel de Europese als de Arabische cultuur. Ze begrijpen de regels van de financiële toezichthouders in Europa en Amerika, maar ook die van corruptie en nepotisme. Ze komen op tijd, of te laat, het is maar net met wie ze afspreken. Ze worden gerespecteerd en misschien ook wel enigszins gevreesd.

Jack en Jassim
Immers, je kunt nog zo’n goede Engelse bankmanager zijn, zonder Arabisch te spreken mis je toch echt de helft van wat zich bij jouw bank afspeelt. En andersom ook, je kunt nog zo’n rijke Koeweiti zijn, zonder Engels te spreken blijf je in de ogen van velen toch de bedoeïen die per toeval over een oliebron struikelde. De Libanees snapt zowel Jack als Jassim.

Dat wil niet zeggen dat Libanezen identiteitsloos zijn, verre van. Het kameleontische ís hun identiteit. Noem ze – zeker de christelijke Libanezen – geen Arabieren, dan worden ze link. Ze zijn Phoeniciërs, zeggen ze dan. Ook goed.

De Libanezen zijn de brug tussen oost en west. Zij spreken Engels, Arabisch en vaak ook Frans. Zij hebben westerse en Koeweiti-vrienden, ze trouwen soms zelfs met Koeweiti’s. Liberale Koeweiti’s dan, want de gemiddelde Libanese vrouw heeft niet veel op met conservatieve dresscodes. Hoge hakken en zonnebaden, zo mogelijk tegelijkertijd, zijn meer haar stijl.